Ontstaan van de stichting
Geschiedenis Stichting Overijssels Verzet
In november 1946 werd in Almelo op initiatief van de Kolonel G.D.E.J. Hotz, voormalig Gewestelijk Commandant der Binnenlandse strijdkrachten, een oprichtingsvergadering gehouden met het doel om ter nagedachtenis aan de gevallen verzetsstrijders in Overijssel gedurende de tweede wereldoorlog een monument op te richten.
Op die vergadering, die werd bijgewoond door vertegenwoordigers van de illegaliteit van geheel Overijssel, werd besloten om daar medewerking aan te geven. Tevens werd besloten dat een dergelijk monument op een centraalpunt in Overijssel diende te worden opgericht en dat alle namen van de gesneuvelden op dat monument geplaatst moesten worden.
Met veel elan en vasthoudendheid gelukte het om een startkapitaal te realiseren, niet in het minst door giften van de (oud) verzetsmensen die oorlog hadden overleefd.
Een werkcomité werd opgericht om tot realisering over te kunnen gaan. Doelstellingen waren:
- De uitvoering van een monument;
- Vaststellen van namen van de verzetsslachtoffers;
- De financiering en vaststelling plaats waar het monument zou moeten en kunnen komen.
Zo ontstond een groot werkcomité van verzetsmensen die de oorlog hadden overleefd. ‘Van het verzet voor het verzet’ was hun motto. Dit voormalig werkcomité werd een aantal jaren later in de juridische structuur geplaatst van de Stichting Overijssels Verzetsmonument (S.O.V.).
Op zaterdag 14 januari 1950 om 15.00 uur werd een vergadering gehouden in de vergaderzaal van de N.V. Palthe aan de Boddenstraat te Almelo onder voorzitterschap van de heer H. van Joolen. Hij was in de oorlogsperiode commandant binnenlandse strijdkrachten voor Twente geweest. Besloten werd tot de oprichting van een verzetsmonument in Markelo. Aanvankelijk had men Nijverdal in gedachten maar het landschap Overijssel, die de ondergrond om niet ter beschikking wilde stellen, had daartoe een mogelijkheid op de Markelose berg.
De bekende beeldhouwer Titus Leeser uit Ommen, tevens lid van dat comité, kreeg de opdracht een ontwerp te maken.
Op 2 mei 1953 onthulde de toenmalige Commissaris van de Koningin in Overijssel Ir. Ridder de Vanderschure het monument met gelijktijdig overdracht voor beheer daarvan aan de toenmalige gemeente Markelo.
Het verzetsmonument was een eenvoudig monument, bestaande uit drie muurvakken als geopende zes bladzijden van een boek met de namen van de gevallen verzetsmensen. De drie beelden, voor aan deze bladzijden geplaats, de vrouw in het verzet, het gewapend verzet en het ongewapend verzet vormden als het ware de wacht bij deze namen en symboliseren de gemeenschap van het verzet.
Dit monument was het enige monument in Nederland waarop alle namen voorkomen uit een provincie die als verzetsstrijders hun leven verloren tegen de Duitse overheerser gedurende de periode van de Tweede wereldoorlog.
Op 15 november 1955 werd middels een notariële acte juridisch vastgelegd dat de gemeente Markelo het recht van erfpacht heeft van de ondergrond van het monument voor een periode van 50 jaar, aanvangend met terugwerkende kracht van 1 januari 1953 en daardoor eindigend op 31 december 2002. Na ommekomst van die periode (pachtermijn) zou het monument onbezwaard aan de gemeente worden overgedragen, teneinde het te verwijderen. Men dacht destijds, dat na ommekomst van de pachttermijn de aanwezigheid van dat monument niet meer nodig zou zijn.
Dat bleek heel anders te zijn. De herdenkingen bij het verzetsmonument op de 4e mei zijn weliswaar geheel, zoals het werkcomité van oud-verzetsmensen dat voor ogen hadden een eenvoudige herdenking, sober, zonder te veel uiterlijk vertoon.
Kwamen de eerste jaren na de totstandkoming van dit gedenkteken op de 4e mei dikwijls slechts kleine groepen -voornamelijk familieleden van de gevallenen en verzetsmensen- naar Markelo. De laatste jaren is gebleken dat de behoefte aan gemeenschappelijk herdenken in onze provincie steeds meer wordt gevoeld. Velen, ook veel jongeren, hebben uitdrukkelijk de behoefte jaarlijks de vrijheid te herdenken als een groot goed wat doorgegeven moet worden aan volgende generaties.
Op 14 april 1970 werd door Koningin Juliana in het kader van 25 jaar bevrijding een krans gelegd bij het monument.
In 1972 werd het monument voor eerst keer gerestaureerd door een financiële bijdrage van de provincie Overijssel.
In 2001 bleek dat het monument in zeer slechte staat verkeerde en dringend ingrijpend herstel nodig was. De voorzitter van de Stichting Overijssels Verzetsmonument nam daartoe het initiatief en wist de provincie Overijssel en het bestuur van het Prins Bernhard Cultuurfonds Overijssel aan zijn zijde te krijgen voor de benodigde financiën.
In 2004 werd het monument wat inmiddels in een nog slechtere staat verkeerde, op advies van rijksmonumenten door een gereconstrueerde versie van het oorspronkelijke duurzaam vervangen. Tevens werd bij notariële acte vastgelegd dat het vernieuwde en duurzaam in uitvoering gerealiseerde monument voor onbepaalde tijd, zonder enige erfpachtvergoeding kon worden geplaatst en werd ook vastgelegd wie voor het noodzakelijk onderhoud verantwoordelijk zou zijn.
Jaarlijks neemt het aantal mensen dat op 4 mei de doden herdenkt alleen maar toe. Elke 4e mei zijn honderden mensen aanwezig bij de herdenking. RTV Oost zendt rechtstreeks – tot genoegen van velen – via radio en televisie deze sobere plechtigheid uit.
Vrijheid wordt als vanzelfsprekend ervaren, maar je mist het als je het niet meer hebt. De waarde van het verzet en de bevrijders van ons land in 1945 dienen we in dat perspectief blijven verwoorden. Deze niet vanzelfsprekende vrijheid dienen we door te geven van generatie op generatie.
mr. Jack N.M. Blom, vanaf 1989 bestuurslid en voorzitter.